Boekbeschrijving van De Baltics naar de Balkan

Bij het selecteren van boeken voor deze beschrijving heb ik de geopolitieke ontwikkelingen in Oost-Europa als uitgangspunt genomen. Dat dit actueel is blijkt niet alleen uit de stroom nieuwsberichten maar ook uit de aandacht die fotografen hieraan besteden.

Recent zijn er een paar mooie fotoboeken verschenen. Zo mooi dat een aantal van hen in de jaarlijkse prijzen zijn gevallen zoals die o.a. door De Volkskrant worden toegekend. Dat is mooi meegenomen, maar het gaat natuurlijk ook om de inhoud.

Siberian Exiles van Claudia Heinermann – Part 1 Lithuania

Eerst iets over het volume. Het is niet 1 band, maar 5 of eigenlijk zelfs 6 als je het introductieboekje meerekent. En dan is dit nog maar deel 1. Er komen in totaal 3 delen. In elk deel zal zij een land behandelen. Het design is van SYB. In déze 5 boeken vertelt Heinermann aan de hand van bezoeken aan locaties en interviews met overlevenden en nabestaanden de gruwelen van de deportaties die in de vroege jaren 40 door de Sovjets in Litouwen werden uitgevoerd. Zinloze verplaatsingen van mensen, soms mannen alleen, maar ook veel gezinnen die have en goed moesten achterlaten om in een volledig onvoorbereid gebied moesten zien te overleven en vooral voor voedselproductie moesten zorgen voor het Russische leger. De ontberingen waren zodanig dat velen het leven lieten.

Deze verhalen zijn amper bekend. In de Sovjet-Unie was het bespreken een taboe en je werd om minder met jarenlange afzondering gestraft, als je dit toch zou doen. In het boek van Solzjenitsyn “De Goelag Archipel” uit 1973 lees je daar van alles over.

Na de dood van Stalin in 1953 werd de situatie beter voor de gedeporteerden en begonnen enkelen ook aan hun terugreis. Velen zijn echter gebleven. Hun gezinnen waren inmiddels geworteld op hun nieuwe plekken en in Litouwen zouden ze ook niet meer de oorspronkelijke situatie aantreffen.

De banden behandelen steeds verschillende families en verschillende lotsbestemmingen. De gebeurtenissen verlopen allemaal volgens een patroon. Alle families ervaren de deportaties op dezelfde manier. Ze noemen los van elkaar dezelfde feiten. Dat maakt het verhaal sterk. Naast beknopte teksten (Heinermann laat vooral de personages zelf aan het woord) zijn er in de boeken tekeningen en oude foto’s opgenomen. "Wie maakten die", vraag je je af als je je de situatie voorstelt? Uiteraard bevatten de banden ook veel nieuw door Heinermann gemaakt fotowerk.

Het boek is vooral een geschiedenisboek. Je leert iets over het verleden. Het is ook een aanklacht naar de oude bezettingsmacht, zonder overigens veel verwachtingen van die kant. De rollen zijn inmiddels wel omgedraaid. De verhoudingen binnen Litouwen zijn gewijzigd, maar men is wel op hun hoede. Dat laatste is vooral in het volgende boek te zien:

The Former Capital van Rob Hornstra en Arnold van Bruggen

Ook dit is een eerste deel van een reeks. De reeks Europa. Design door Kummer en Herrman. Veelbelovend, maar door de pandemie op achterstand gekomen. Dit eerste deel gaat ook over Litouwen. Het is het huidige Litouwen, waar sinds de jaren 80 van de vorige eeuw men is begonnen met het voorzichtige herstel van de identiteit. Het hedendaagse volk is zich sterk bewust van de gevaren die vanuit de buurlanden op hen af kunnen komen. Hornstra laat ook ouderen aan het woord en de deportaties volgens Heinermann komen ook hier terug. Dat zijn dan vooral de portretten in zijn boek. Met reportages legt hij de activiteiten van de jongeren vast die allemaal patriottistisch van aard zijn. De beeldtaal in beide boeken komt overeen. Zelfs onderwerpskeuze zoals slachtvee en stillevens. De boeken vullen elkaar aan. In chronologie volgen ze op elkaar. De boodschap is meer vooruitkijkend en waarschuwend, waar Heinermann de historie beschrijft.

Meer naar het zuiden van Oost-Europa komen we in de Balkan, het voormalige Joegoslavië.

Bloed en Honing van Irene van der Linden en Nicole Segers

Een kloek boek met veel tekst en foto’s. Beeldredactie door Marc Prüst en tekstredactie door Tijn Boon. Het is een reisbeschrijving die min of meer nauwkeurig in de voetsporen van een voorganger: Rebecca West uit 1937 werd gemaakt.  West kon de reis maken zonder een grens over te steken, het tweetal nu had met veel grenspassages te maken en bovendien met een vijhandige houding tussen veel bevolkingsgroepen. De Balkan is verdeeld naar etniciteit en religie en de kloof tussen de bevolking is groter dan ooit. Er is een grote hoop gevestigd op Europa. Aansluiting en een éénwording binnen Europa wordt gezien als de oplossing voor de conflicten van vandaag. Helaas zien wij Europa ook scheuren en op zijn minst kraken. Daarom is het boek een waarschuwing. De schrijvers noemen de Balkan niet voor niets de kanarie in de kolenmijn. Het laat duidelijk zien waar de opdeling toe leidt en dient als waarschuwing voor een verdere versnippering van Europa. De vorm is apart. In een poging de tekst en beeld naadloos op elkaar de laten aansluiten wordt er met lettergrootte gevarieerd zodat de bladspiegel gelijk blijft. Hiermee zouden de foto’s niet als illustratie dienen maar gelijkwaardiger aan de tekst zijn. Naar mijn mening geldt dat eveneens voor de  voorgaande 2 boeken, waarin tekst en foto’s elkaar afwisselen zonder dat één van de twee een ondergeschikte rol krijgt.

Het huidige boek geeft veel inzicht in de geschiedenis van het voormalig Joegoslavië en verklaart op een populaire manier het uiteenvallen van dit land en de conflictueuze opkomst van de reeks nieuwe Balkanlanden. Er wordt met interviews met lokale mensen een samenhangend beeld opgebouwd. Gebeurtenissen zoals oorlogen in het verleden worden door verschillende mensen genoemd en daardoor ontstaat  een goede samenhang.

Het  boek werd uitverkoren door de Volkskrant voor de beste tien uit 2020.

Qua regio passen ook de volgende boeken bij deze bespreking:

Macedonië door Cuny Janssen uit 2003

Dit boek gaat uit van een heel andere opvatting. Het bestaat uit louter foto’s en bevat dan ook geen letter tekst. Het boek is ontworpen door SYB en behoort tot de beschreven collectie van Badger en Parr. Het bestaat uit een Portrait en een Landscape deel. Janssen speelt met deze begrippen door op de portrait-pagina’s inderdaad portretten af te beelden en op de landscape pagina’s landschappen. Het boek gaat over het zelfstandige (Noord) Macedonië dat na het uiteenvallen van Joegoslavië is ontstaan.  De portretten zijn van kinderen of jongvolwassenen, getuigen van eenvoud of soberheid en tonen vroegrijpe blikken die tijdens de recente oorlog veel ellende hebben gezien. De landschappen zijn ongerept en laten vrijwel geen beïnvloeding door de mens zien. Een zekere idyllische sfeer kan het boek niet ontzegd worden. Het is een soort rust die ná de oorlog over het gebied valt en waarin de jonge generatie een toekomst heeft.

Anastasiia door Christian van der Kooy

Weliswaar een stuk buiten de regio, maar als je als thema “geopolitiek” hanteert dan past ook dit boek bij deze bespreking. Het boek behoorde bij de beste 10 fotoboeken van 2019 en het design is van Rob van Hoesel.

Christian van de Kooy beschrijft het land Oekraïne aan de hand van een rondreis Kiev, Odessa, De Krim en weer Kiev. Zijn foto’s betreffen zowel landschappen als portretten. De recente geschiedenis is nooit ver weg, hetgeen vooral in de begeleidende teksten tot uitdrukking komt.

Het project heeft een kennelijke zeer persoonlijke wending gekregen doordat Christian met zijn fixer Anastasiia een relatie kreeg. In het boek zijn de poëtische dagboeknotities van Anastasiia opgenomen bij haar selfies. Typografisch is er onderscheid gemaakt tussen de teksten van Anastasiia en Christian. De observaties door Christian zijn in zwarte tekst terwijl de beschouwingen over het verleden door Anastasiia in roze zijn uitgevoerd. Dezelfde kleur als waarin haar selfies en dagboekaantekeningen zijn gedrukt.

Het boek kreeg waarderingen voor het best verzorgde boek 2018 en kwam in de selectie voor de toptien van De Volkskrant 2019.

For Hanna, Future Stories from the Past door Willem Poelstra

Dit lijvige boek van de helaas te vroeg overleden Willem Poelstra is een vermenging van een persoonlijke ervaring en een verslag van een aantal bezoeken aan het land Kosovo. Na het overlijden van zijn ouders bleek tot de nalatenschap een koffer met documenten en foto’s te behoren, die het startsein vormden tot dit project. Met de titel van het boek draagt hij het werk op aan zijn moeder. In zijn bezoeken aan het land werd hij getroffen door dezelfde ervaringen (zie bovenstaande boekbeschrijvingen) die de recente Balkanoorlog heeft achtergelaten, maar ontmoette hij ook mensen die de kloof van de haat wisten over te steken en die net als zijn ouders vreedzaam samenleefden. Het boek bevat heel veel landschappen met ruïnes, waarbij je het gevoel krijgt dat het hele land vol staat met achtergelaten bezittingen.  Deze foto’s zijn op dun krantenpapier gedrukt, wellicht om de tijdelijke betekenis weer te geven. Het centerpiece van het boek gaat over de mensen die hij heeft leren kennen. Hun verhalen staan naast hun portretten. Een even groot gedeelte van het boek wordt gewijd aan de Future stories from the past. Oorlogsverhalen door de ooggetuigen. Met foto’s van de verteller en de omgeving die het betreft. Om het boek toegankelijk te maken voor de lokale bevolking is een vertaling in het Albanees en Servisch opgenomen.

Het boek werd in 2017 door De Volkskrant tot de beste 10 boeken gerekend.


De boekenreeks die hieronder wordt besproken heeft geen andere samenhang dan dat in alle boeken een dier de hoofdrol speelt: 

We beginnen met De Slak op het Grasveld van Oscar van Alphen

Maar eerst iets over Oscar van Alphen zelf

Oscar van Alphen (pseudoniem voor Cees Nieuwenhuijzen)
Alphen a/d Rijn 14 september 1923 – Amsterdam 21 november 2010 

Van Alphen rondde een opleiding in de zeevaart af in 1946, onderbroken door de oorlog toen hij ondergedoken zat in West-Friesland. Hij was korte tijd werkzaam op de grote vaart, waarna hij een studie sociale geografie begon aan de Universiteit van Amsterdam. Deze studie moest hij in 1951 afbreken vanwege opgelopen tuberculose tijdens de oorlogsjaren. Hij raakte toen geïnteresseerd in de fotografie en publiceerde in 1958 zijn eerste boek: Kinderen in de grote stad.

Hij richtte zich voornamelijk op de kritische documentairefotografie. Hij maakte onder andere fotoseries over de Rote Armee Fraktion, de Berufsverbote in Duitsland en Palestijnen. Bekend is zijn boek en de bijbehorende tentoonstelling over Duitsland Het rijke onvermogen (1977).

In 1973 won hij een World Press Photo. In 1992 maakte hij het werk De slak op het grasveld, met teksten en citaten van Jean-Paul Sartre, Maarten 't Hart en Hugo Claus.

Tot zover geput uit de bron Wikipedia.

Eind jaren vijftig begonnen als reportagefotograaf en fotojournalist in de humanistische traditie ontwikkelde hij zich in de jaren zeventig en tachtig tot een geëngageerd denker over de betekenis en de (on)mogelijkheden van de documentaire fotografie. De kritische posities van internationale auteurs inspireerden hem tot de samenstelling van Een woord voor het beeld (1993), een bundel teksten over het medium fotografie. In zijn eigen maatschappelijk betrokken werk experimenteerde hij steeds vaker met combinaties van beeld en (geschreven of gesproken) teksten.

Zijn in 1958 verschenen fotoboek Kinderen in de grote stad is een prachtig geobserveerd tijdsdocument, Het Moment Voorbij (1982) markeert zijn breuk met Henri Cartier Bresson’s theorie van het beslissende moment. 

Van Alphens twijfel over de visuele zeggingskracht en het waarheidsgehalte van documentaire beelden stond het maken van visueel sterke foto’s zeker niet in de weg. De hiernaast afgebeelde opname van een demonstratie waarop burgerlijk verzet en kleinburgerlijk gedrag zich letterlijk naast elkaar manifesteren, typeert zijn scherpe, mild ironische blik.

Bron: Stedelijk Museum

Concluderend kun je stellen dat Oscar van Alphen zijn tijd ver vooruit was. Momenteel is de visie op Documentaire Fotografie ver in zijn richting opgeschoven. Men spreekt tegenwoordig al snel over “storytelling” bij documentaire projecten, waarbij de letterlijke geschiedschrijving niet meer centraal staat en de fotograaf niet alleen beelden maakt en selecteert, maar ook tekst, video en audio toevoegt om zijn persoonlijke kijk op het onderwerp te verwoorden. Hiermee onderscheidt het genre zich duidelijk van journalistieke fotografie en maakt het de grens tussen autonome fotografie en Documentaire Fotografie heel diffuus. Van Alphen meende destijds nog dat documentaire fotografie niet tot het domein van “kunst” zou moeten worden gerekend. Het bestuderen van het werk en visie van Oscar van Alphen, die gebaseerd is op de filosofie van o.a. Nietzsche, Roland Barthes en Susan Sontag is zeer relevant en verdient beslist meer aandacht.

Uit de monografie uitgave door Fragment uitgeverij, geschreven door Frits Gierstberg heb ik de volgende statements opgeschreven die de theorieën van Oscar van Alphen verduidelijken:

  • Het feit dat een foto voor zich moet spreken is een volkomen achterhaald standpunt
  • Gemanipuleerde foto’s zouden ook tot documentaire fotografie gerekend moeten worden
  • Tussen foto en werkelijkheid bestaat een wezenlijke band, het medium kan derhalve niet als autonome kunst worden beschouwd

 En nu naar het boek:

Allereerst over de titel. Het gaat zeker niet over een slak. Om dit dier te zien moet je tot het laatste hoofdstuk wachten. Maar al die tijd ervaar je met een zekere traagheid de wederwaardigheden die OvA ons vertelt aan de hand van veel snapshot-achtige foto’s die hij maakte in diverse landen van West-Europa. De foto’s hangen losjes samen met de tekst en soms blijkt het verband pas in latere hoofdstukken. Het boek lijkt erg gestructureerd, maar deze schijn bedriegt. Het zijn vooral herinneringen die poëtisch zijn vormgegeven. De vele tekstfragmenten van verschillende auteurs geven geen toelichting, maar vormen een eigen poëtisch verhaal. Een tip om het boek te doorgronden is vooral de index ter hand te nemen. Hier vind je captions en auteursnamen en een opgave van de werken waaruit de fragmenten afkomstig zijn.

Zonder in meer detail te treden wil ik bij hoofdstuk V stilstaan. Het hoofdstuk is getiteld: “Revolutie en de lichamen” en raakt mijns inziens de kern van het denken over Documentaire Fotografie van OvA. Volgens hem is het reportagebeeld meer dan het vastleggen van de historie. ”De inhoud wordt bepaald door een innerlijke beweging van visuele aard” Deze tamelijk onbegrijpelijke tekst schrijft hij als voetnoot bij de notitie van Walter Benjamin, cultuurfilosoof. Samen met Roland Barthes en Susan Sontag zijn dit zijn bronnen voor zijn visie. Wat hij bedoelt is: De kijker moet met zijn actieve waarneming het werk afmaken”  

Na dit zware boek iets lichters:

A Horse is a Horse, of Course door Stienes Veldkamp. Uitgegeven door Stichting Noorderlicht ter gelegenheid van een expositie in het Natuurmuseum Groningen

Een fragment van Gerrit Krol en een kort verhaal door Eddie Marsman vormen de inleiding van dit kleine werk. Daarna volgt een serie foto’s van allerlei dieren, maar in de vorm van een beeldje, knuffel of speelgoeddier. Een uitzondering is gemaakt voor de kat, gier en de ijsbeer. Levende exemplaren hebben model gestaan voor hun bijdrage. Elke foto gaat vergezeld van een korte omschrijving afkomstig uit verschillende publicaties. De foto’s zijn in zwart wit en het geheel is tamelijk leuk en pretentieloos.

Iets heel anders:

Het paard in de kalebas door Charlotte Dumas. Uitgegeven door Japanmuseum Sieboldhuis te Leiden naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in 2018.

Wat we vooral te zien krijgen is de liefde van Charlotte Dumas voor zowel Japan als voor paarden. We kennen haar monumentale werken van dieren uit het verleden van tijgers en wolven, maar de laatste tijd toch vooral van paarden. Ze gaat op zoek naar oorspronkelijke rassen en legt vooral verbanden met de cultuur van land en volk in combinatie met dit dier. Zo brengt zij het verhaal van de ruiter die zijn paard bij zich draagt in een kalebas en naar believen kan oproepen. In het boek staan niet alleen haar foto’s maar ook veel gevonden materiaal in de vorm van prenten, objecten en oude foto’s. Centraal figureert het meisje Yuzu. Het boek is misschien wel de spin off van het filmproject dat Charlotte Dumas met dit meisje maakte. In elk geval diende het als catalogus bij de tentoonstelling in het Sieboldhuis. In zijn nawoord schrijft de directeur van het Japanmuseum Kris Schiermeijer: Ze is in haar werk op zoek naar het kwetsbare en weerbare. Dit doet ze aan de hand van 5 objecten (de kalebas, de maagsteen, een speelgoedpaard, een buikkleed en een verguld paardenbeeld) die op een poëtische associatieve wijze onderwerpen zoals spel, magie, de kracht van verbeelding maar ook de vergankelijkheid met elkaar verwerven. Een tekst waar ik het van harte mee eens kan zijn.

De uitgave is kwetsbaar met een dubbele omslag waarop een doek voor de bescherming van de buik van het paard. Op deze manier wordt ook het boek beschermd. Het boek werd in 2018 op de longlist geplaatst van de best verzorgde boeken.

Een ander dier:

Mijn Lama van Lies Wiegman

Dit kinderboek werd in de jaren ‘60 door oliemaatschappij Esso-Nederland als relatiegeschenk uitgegeven. Het is door Rotagravure pers in Leiden gedrukt. De offset druk levert technisch mooie beelden. De fotografie is interessant voor die tijd: alles mooi gekaderd en op ooghoogte van kind respectievelijk lama. Uiteraard in korrelig zwart wit. De meest interessante foto is die waarin het interieur van de woning is te zien en die een tijdsbeeld geeft.

Naast de foto’s staat de tekst van Miep Diekmann, de bekende kinderboekenschrijfster. Het is dan ook een kinderboek. De tekst volgt wel heel letterlijk de fotografie. Op zich bijzonder hoe een oliemaatschappij zich presenteerde. In die tijd was dat zeker nog niet verdacht. Ook lama’s kwamen in die tijd alleen voor in dierentuinen in deze wereld. Inmiddels zijn dit ook productiedieren geworden in de agrarische industrie. Ook in dit verhaal blijkt de lama uit een dierenpark ontsnapt te zijn en brengt het een bezoek aan een meisje dat hem rondleidt langs allerlei dieren. Een beetje flauw verhaal, dat kinderen vandaag zeker niet meer boeit en wellicht nooit gedaan heeft. Ook de beeldtaal in hoog contrast zwart wit foto’s zal weinig kinderen in de leeftijd waarvoor het verhaal is bedoeld, hebben kunnen bekoren. Een uitvoering als prentenboek in kleur en heldere tekeningen had meer voor de hand gelegen.

Al met al meer een curiositeit om in de boekenverzameling te hebben dan een duidelijke vertegenwoordiger van een stroming of iets dergelijks.

Als voorbeeld van de grote variëteit die er in fotoboeken bestaat nu het boek:

The Rumour van Paul Kooiker.

Uit de titel blijkt niets van de inhoud. De inhoud bestaat uit een reeks foto’s van ezeltjes. Aandoenlijk portretten van dit vaak zo ondergewaardeerde dier. De foto’s zijn zonder referentie, maar toch krijg je de indruk dat het om een klein soort ezel gaat. Wij kennen Paul Kooiker van geheel andere projecten waar hij zijn lens richt op onderwerpen van plassende vrouwen tot aan sigarenpeuken. Meestal is er een flinke dosis erotiek te vinden in zijn werk. Hoewel dat in dit werk niet aan de orde is, is hij door Het Centraal Museum in 2020 toch gekozen om met een groot aantal andere kunstenaars de tentoonstelling “de tranen van eros” te verbeelden. Wellicht is zijn reputatie van meer doorslaggevende betekenis geweest dan dit actuele werk. In dit werk toont Paul Kooiker ons 19 ezeltjes die hij in zijn studio heeft gefotografeerd in al hun pluizigheid en met veel geduld.

Als beeldtaal kiest Kooiker voor een klassieke, theatrale benadering. "Deadpan" zou je zijn stijl kunnen noemen. Deze stijl is eigenlijk heel herkenbaar voor Paul Kooiker. Ongeacht het onderwerp gaat hij steeds uit van deze benadering.

 

Volgens Isabelle Lambrecht (www.stepisa.be) moeten we in de ezel het volgende zien:

De vele positieve eigenschappen van een ezel. 

Intelligentie, nederigheid, wijsheid, soberheid, taai, aanhankelijk, sterk, intelligent, voorzichtig en volgzaam, deemoed, geduld, eenvoudig en je kan op haar rekenen.

Wanneer je vanuit je ego denken met haar omgaat en je wil haar dwingen tot iets dan zijn ze halsstarrig, koppig, hartstochtelijk en lankmoedig. Dan zijn ze het volmaakte symbool van onze rationele persoonlijkheid. Ze draagt, evenals de ezel, de last van al ons lijden, en voert ons door het leven. Ze is halsstarrig, zelfzuchtig en wil niet ‘gaan’ naar wat wij (als ego) het beste vinden. Wanneer we echter op ons zielepad zitten en ons buikgevoel volgen is de ezel onze trouwe metgezel en kracht.

Gezeten op de ezel zit de mens op zijn eigen rebellie. De ezel is volgens Reed de vader van alle rebellen, maar is ook de drager van de verlossing. De ezel is de rijkdom van de arme man. Ezels zijn namelijk taai en sober: ze zijn tevreden met voedsel waar paarden of koeien hun neus voor ophalen. Verder kunnen ze goed tegen de hitte en kou hebben ze een groot uithoudingsvermogen. Van ‘s morgens tot ‘s avonds kunnen ze sjouwen  met op hun rug een mens of andere zware lasten. Ze kunnen echter slecht tegen regen en vocht. Doordat hun vacht niet waterdicht is, worden ze bij regen snel door en door nat. Vocht is ook slecht  voor hun hoeven. Daarom moeten ezels altijd een droge stal hebben.

Het boek The Rumour werd in 2020 tot de 10 beste fotoboeken door de Volkskrant gekozen. De mooie zwart wit platen moet je bij goed licht bekijken. Bij kunstlicht is al snel een magenta zweem te zien.

Een boek dat zeker niet mag ontbreken in deze selectie is:

The Migrant van Anaïs Lopez.

Het boek is slechts één van de verschijningsvormen waarmee Anaïs Lopez haar project The Migrant naar buiten heeft gebracht. Aanvankelijk verscheen het boek in slechts 2 exemplaren. Eén voor het stadsarchief van Singapore, dat zo’n belangrijke rol speelt in het verhaal en waarschijnlijk een exemplaar voor eigen gebruik. Daarnaast verscheen een artikelenreeks in de krant Trouw, een multimediale website en een fraaie expositie in het Nederlands Fotomuseum in 2019. Ook deed Anaïs persoonlijk performances voor groepen toehoorders. Maar uiteindelijk is er toch voor een boek gekozen dat bijzonder gewild is onder verzamelaars.

In boek vertelt het vogeltje Mina (een Javaanse spreeuw) zijn wederwaardigheden. Hij doet dit aan de hand van een stripverhaal getekend door Sonny Liew. In het boek zijn verder geen teksten opgenomen. De tekst in het Engels is ook als los inlegboekje bijgeleverd.

De foto’s zijn deels in goud op zwart platen gedrukt bij Drukkerij Rob Stolk en deels in kleur. De gouden platen brengen je in de sfeer van Zuid-Oost Azië en de kleurenfoto’s geven een reportage bij het verhaal. Anaïs onderneemt een queeste in Singapore naar de geschiedenis van het vogeltje en neemt de gevonden documenten ook op in het boek. Uiteindelijk komt het goed met dit vogeltje als hij in het buurland Myanmar wordt onthaald door boeddhistische monniken. De achtergrondkleur wordt hierop aangepast. Tenslotte is het boek uitgerust met een pop-up beeld van het vogeltje.

In het boek zijn meerdere lagen te onderscheiden. Het gaat daadwerkelijk om de manier waarop de mens met dieren in zijn omgeving omgaat, maar veel meer gaat het om de wijze waarop vreemdelingen (migranten) worden ontvangen. Het vogeltje is de metafoor voor de vluchteling.

Het boek is zonder meer een knap staaltje boekdrukkunst door rob Stolk en de vormgeving door Teun van der Heijden is fantastisch. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel awards aan dit boek zijn toegekend.

Tenslotte nog 2 boeken waarin het varken een hoofdrol speelt:

De Tostifabriek door Bart Eysink Smeets (KesselsKramer) met foto’s van o.a. Iris Box en Maureen Marck

Het boek is de spin off van een project uit 2014 dat onder auspiciën van Mediamatic werd uitgevoerd door een groep jonge kunstenaars.

Hoe maak je een tosti? Dat vroegen 8 jongens en meisjes uit de stad zich af. Ze besloten een tostifabriek te bouwen. Met graan voor brood, varkens voor ham en koeien voor kaas. Het waargebeurde verhaal over koeienpoep, boze buurvrouwen, elektrocutietangen en een handleiding van hoe je – van begin tot eind – een tosti maakt.

De financiering is naast donaties en subsidies ook gedaan door een tosti-maaltijd te bereiden, waarbij de projectresultaten konden worden verorberd.

Het boek is dubbel uitgevoerd. Het is als vierkant gedrukt en daarna diagonaal doorgesneden, waardoor er twee driehoekige boeken ontstaan. De foto’s zijn daarmee niet in hun geheel te bekijken, he hebt daarvoor beide boeken nodig. De tekst is voor het gemak 2 keer in zijn geheel opgenomen. De kleur op de snijkant van de pagina’s verandert van beige, naar geel naar roze en weer naar beige. Je houdt op die manier dus ook een tosti in je hand.

Fotografisch misschien geen parel, maar qua concept en story inclusief de presentatie: fantastisch!

 

En dan tentslotte:

PIG05049 door Christien Meindertsma

In dit boek laat Christien Meindertsma zien tot welke producten een eenmaal geslacht varken leidt. Naast de te verwachten lapjes vlees en worstjes zijn dat nog tientallen andere producten, waarbij je verbaasd zult staan te zien om welke producten het allemaal gaat.

In de rug van het boek is het oormerk van varken 05049 geplaatst. De cover is als roze varkenshuid. De bladzijden zijn gescheiden door 8 duimtabjes, waarmee elk hoofdstuk teruggevonden kan worden. Er zijn grafieken voor de verdeling van het totale gewicht (van de 103,7 kg blijft 54 kg vlees over) over de verschillende productgroepen. Bijzonder is dat je elk product via een nummer kunt terugvinden op een schematisch overzicht van het varken en je dus kunt weten waar ergens in het beest dit vandaan komt. Nog meer bijzonder is dat Christien alle producten op ware grootte in het boek heeft afgebeeld inclusief het gewicht in grammen dat tot dusver werd verklaard. Je realiseert je dat je met het boek een heel varken in je hand hebt.

Het boek is een voorbeeld van een quasi-wetenschappelijke benadering van een project. Het is absurd in zijn detaillering, maar maakt ons bewust van het gebruik van dieren in allerlei consumentenproducten. Veganisten zullen er van gruwen.


Thema: USA

De volgende boeken hebben als gemeenschappelijk onderwerp de Verenigde Staten. De toevoeging “van Amerika” is eigenlijk overbodig zoals uit het spraakgebruik blijkt. De USA heeft in de ontwikkeling van de Fotografie een belangrijke rol gespeeld en speelt die nog steeds. Fotoboeken verschenen het eerst in Engeland, daarna in Duitsland en met het verschuiven van het gewicht van de cultuur in de jaren 30 van de vorige eeuw naar Frankrijk. Maar in die tijd trokken ook veel fotografen naar de USA. Hun Joodse afkomst was daar niet zelden debet aan. Als meest aansprekend voorbeeld geldt hier:

Robert Frank met The Americans

Nu kan ik over dit boek alleen (letterlijk) een avond vullen, dus moet ik mij in deze groepsbeschrijving sterk beperken. Het boek is aanvankelijk verguisd en daarna zo geprezen dat het in alle opleidingen over fotografie wel aan bod komt. Het is in heel veel uitvoeringen verschenen en tientallen keren herdrukt. De originele eerste drukken van elke versie brengen meer dan € 1.000 op, maar ook de gangbare uitvoeringen zijn zeer de moeite waard  in je bezit te hebben.

Het boek is in velerlei opzichten een breuk met het verleden. De foto’s zijn technisch zeker niet perfect. Dat kan ook niet als je de werkwijze van Frank beschouwt. Hij heeft duizenden foto’s gemaakt, vaak vanuit de heup zonder precies te kadreren of scherp te stellen. Maar hij vond de gebeurtenis of scene te belangrijk om veel tijd te verkwisten aan technische zaken. Hij legde het dagelijks leven in de USA van de jaren 50 van de vorige eeuw vast, maar niet zoals de Amerikanen dat graag zelf zagen. Nee, hij drukte sterk zijn eigen stempel op zijn waarnemingen. Hij zag scherp de segregatie in zwart en wit Amerika. Het geloof in de American Dream van de Amerikanen en de waardering voor de vooruitgang en techniek.

Robert Frank heeft zich wel laten inspireren door Walker Evans met wie hij grote vriendschap had gesloten. Nu laat ik hier geen monografie zien van Walker Evans, maar het boek:

The Bitter Years

Dit boek is een samenvatting van het meest belangrijke project dat de in Amerika op fotografie-gebied werd gegund en wat de doorbraak voor veel Amerikaanse fotografen heeft betekend. Het is het verslag van het Farm Security Administration project dat in de jaren  30 ten doel had om de miserabele toestand waarin de Amerikaanse boeren in de dust bowl verkeerden vast te leggen en te publiceren, zodt hulpfondsen vrijgemaakt konden worden.

Met name Dorothea Lange, Rusell Lee, Jack Delano hebben hier naast Walker Evans hun eeuwige roem aan te danken.

Naast de fotografie beschrijft het boek – dat overigens een spin off was van de tentoonstelling met de gelijknamige titel in het Moma in 1962 – de historische situatie in de VS van de boerensector ten tijde van droogte. Grote ellende en armoede waren toen het gevolg. Het laat ook zien wat de kracht van fotografie is en maakte de discussie los over de rollen “testimony” of “propaganda”. Het boek bevat veel bekende foto’s van de genoemde fotografen en kan de kijker niet onberoerd laten nu deze in deze samenhang gepresenteerd worden. Het is nauwelijks voorstelbaar hoe slecht men er minder dan 100 jaar geleden aan toe was.

De tentoonstelling en dus ook de selectie voor het boek werd gedaan door Edward Steichen. Deze had met zijn “Family of men” in 1955 laten zien dat hij in staat was om een boodschap te brengen door middel van een selectie van foto’s. Hij koos uit het archief van de FSA de 208 foto’s die tot de tentoonstelling en boek gingen horen. Het is deze actie geweest die aan het project de bekendheid hebben gegeven die het in de hedendaagse fotografie geniet.

Dat soms foto’s een lange tijd moeten liggen voordat er een doorbraak komt bewijst ook:

Paul Fusco RFK

Fusco reed mee met de funeral train die in 1968 het lichaam van de vermoorde Robert Kennedy naar zijn laatste rustplaats bracht. Hij besloot om de massaal uitgelopen Amerikanen die naast de rails stonden in beeld te brengen. Met het werk is nooit veel gedaan totdat ter gelegenheid van de 40-jarige herdenking van de moord door Magnum Photos er een boek van werd gemaakt. Daar bleek de tijd rijp voor te zijn, want dit werd een groot succes. Ook diverse tentoonstellingen werden naar aanleiding hiervan georganiseerd. Ook in Nederland kwam in het uitvaartmuseum Tot Zover een expositie. Daar komt mijn exemplaar vandaan.

Het boek bevat de foto’s die Fusco maakte van de mensen die als afscheid zich naast de rails en op de stations hadden opgesteld. De foto’s zijn dus vanuit de rijdende trein genomen en die beweging is vaak terug te zien. Het is een geweldig tijdsbeeld met mode en auto’s uit de jaren 60 en met veel mensen die de trein filmden of fotografeerden. Nog niet iedereen had een camera, maar er bevonden zich veel hobbyisten tussen het publiek.

Dat heeft in 2018 de Nederlandse Fotograaf Rein Jelle Terpstra er toe bewogen een boek te maken van de beelden die door deze amateurs langs de lijn zijn gemaakt. “The peoples view” heet dit boek Hij heeft daartoe via social media, kranten etc. oproepen geplaatst en dit heeft geleid tot honderden foto’s, 8 mm filmpjes die hij heeft mogen gebruiken om samen te voegen in een boek en videoprojectie. Dit project heeft veel waardering ondervonden en het boek heeft vele awards gewonnen.

Een ander prijswinnend boek is bijvoorbeeld:

Imperial Courts van Dana Lixenberg

In dit boek uit 2015 portretteert Lixenberg een samenleving in een zwarte wijk van Los Angeles. Daarbij heeft zij niet een enkele keer de wijk bezocht maar sinds 1993 verscheidene keren. Dat stelde haar in staat om de ontwikkeling in de personen vast te leggen en ook de generaties te laten zien. Het legt pijnlijk bloot dat afkomst een belangrijke factor is bij iemands carrière. De foto’s laten een wijk zien die er ogenschijnlijk fatsoenlijk bij ligt. Maar wonen in deze wijk levert een stigma op waaraan je niet makkelijk ontkomt. De werkloosheid is groot en daardoor ook de criminaliteit. Aandacht van de overheid is er vooral door patrol cars die de wijk doorkruisen.

Het boek bevat veel groot formaat portretten in prachtige kwaliteit en om de gezinsrelaties te laten zien nog een extra sectie waarin rondom elk portret kleine beeldjes van de gerelateerde personen zijn opgenomen. Pijnlijk is te zien hoe bij portretten de overlijdensdatum wordt vermeld en te moeten constateren dat zeker niet de ouderdom de reden van het overlijden was.

Imperial Courts is meerdere keerden geëxposeerd en Dana Lixenberg maakte ook een video van het leven van met name de jongeren in de wijk. Deze in kleur geschoten video laat meer vreugde zien dan de zwart-wit fotografie uit het boek. Hier drukt de esthetiek een groot gevoel van moedeloosheid uit

We blijven nog even in Los Angeles en slaan het boek open:

Skid Row van Désirée van Hoek

In haar groot formaat boek richt zij de camera op daklozen in een bepaalde wijk. Ook zij heeft vriendschap moeten sluiten met de ongekroonde koning van de wijk om zich vrij te kunnen bewegen en foto’s te kunnen maken. Ook dat lukt niet na een enkel bezoek. Het resultaat is schrijnend, maar niet zo exclusief meer voor Amerika. In alle grote steden vind je de voorbeelden van drop outs. Druggebruik lijkt een algemene onderliggende factor. Onduidelijk blijft of dit de oorzaak of het gevolg is. Het boek bevat vooral locatiefotografie. De portretten heeft zij als losse inlegvellen bij het boek geleverd. Misschien uit zelfbescherming, zodat bij claims niet het hele boek hoeft te worden teruggetrokken, maar kan volstaan worden met een en meer losse inlegvellen weg te laten.

Het boek kent een zekere opbouw. Het begint met overzichten, veelal vanuit hoge standpunten. Daarna verplaatst Van Hoek zich naar de straat en richt de camera langs de gevels omhoog, om daarna naar de plint te kijken. Hier vind je de ellende van winkelwagentjes vol spullen en slaapgerei op straat. Dan komen ook de mensen in beeld, eerst nog op afstand dan dichterbij. Ook close ups van spullen. Vooral deze laatste foto’s zijn confronterend.

Een vriendelijker beeld levert het boek:

We love where we live van Louise Honée

Louise reisde naar de Oostkant van de VS voor deze reportage van een samenleving die economisch moeilijke tijden doormaakt, vanwege het wegvallen van werkgelegenheid door de mijnsluitingen. Ze bezocht daar de staat West Virginia. Haar project werd gekozen door de Franse HSPC prijs voor de fotografie, hetgeen haar in staat stelde haar werk meteen in een fraai boek te publiceren. In Nederland kreeg het direct aandacht en behoorde tot de beste boeken volgens De Volkskrant van 2020.

Haar foto’s zijn intiem en licht geregisseerd. Ze richt zich vooral op de zichtbare buitenkant en op haar ontmoetingen met kinderen. Gebouwen in staat van verval met kinderen die zich daar niet van bewust zijn en vrij spelen. Ze is er in 3 opeenvolgende jaren geweest. Tekort om een coming of age te laten zien, maar lang genoeg om vertrouwd met haar omgeving te geraken. Ze kadreert heel mooi en haar foto’s stralen vooral rust uit. Misschien is het beter te spreken van het ontbreken van dynamiek.

Bij het bekijken van haar boek bekroop mij onmiddellijk het gevoel dat hier het boek:

Moonshine van Bertien van Manen

tot inspiratie had gediend. Dezelfde thematiek en NB in exact dezelfde Staat van de VS. Ik heb een nadere analyse gemaakt van de foto’s en kwam tot de conclusie dat in zeker 20 gevallen een overeenkomst te zien is in de keuze van het onderwerp. Dat is ook niet te voorkomen als je in dezelfde omstandigheden hetzelfde thema onderzoekt dan treedt er onvermijdelijk overlap op. Maar dat is zeker niet erg. De stijl van Louise Honée wijkt sterk af van die van Van Manen. Bertien van Manen werkt met snapshots uit een kleine camera en in haar latere werk past zij tevens kleur toe.

Ook komt Van Manen veel dichterbij de mensen. Zij verkeert grotendeels in de interieurs van de mensen die ze fotografeert. Haar thema gaat dan ook verder dan bij Honée. Zij gaat dieper in op één aspect, t.w. het drankmisbruik als gevolg van de werkloosheid. De titel van haar boek verwijst daar ook naar: Moonshine is de naam voor de eigengestookte drank waar veel mensen verslaafd aan zijn. Zij kon dit doen omdat zij vaak is teruggekeerd en bovendien langdurig verbleef tussen de mensen die zij als onderwerp had gekozen.

Moonshine laat nog iets zien: nl. de ontwikkeling die Van Manen heeft doorgemaakt. In het boek zijn 2 reeksen foto’s opgenomen: De foto’s uit de jaren 80 en de foto’s die meer recent zijn gemaakt, met de laatste uit 2013. In dit jaar is het boek uitgekomen. De oudere foto’s zijn zwart wit en veel meer nauwkeurig gekadreerd. De recentere foto’s zijn de snapshots uit de compact camera met af en toe een lichtlek waardoor de film onbedoeld werd belicht. Deze dragen bij aan de stijl die zo kenmerkend is voor Bertien van Manen.

Ik heb overigens bij de gelegenheid van een Bookclub-bijeenkomst georganiseerd door Photodok de vraag gesteld aan Louise Honée in hoeverre zij bij haar werk zich heeft laten inspireren door Van Manen. Zij wees elke suggestie in die richting af en noemde vooral de grote verschillen die er zeker ook zijn en die ik hierboven ook heb genoemd. Misschien is de vraag ook wel te impertinent om te stellen.

Aan de selectie USA mag zeker niet ontbreken:

If this is true van Robin de Puy

In dit monumentale werk uit 2016 legt Robin de Puy haar roadtrip vast die zij maakte op een Harley Davidson en in haar eentje 8000 miles door verschillende staten van de VS reed. Het zijn vooral portretten, waarmee De Puy bij haar genre is gebleven. Maar haar portretten zijn steeds ontmoetingen. Ook zonder dat zij dit toelicht zou dit al te zien zijn geweest. Ze fotografeert haar modellen nauwkeurig met meegebracht licht. Maar ook haar beschrijvingen van die ontmoetingen zijn interessant om te lezen. Het is vooral een ontdekking van haarzelf als persoon. Ze test voortdurend hoever ze kan gaan en is dus op zoek naar haar grenzen. Het leven is tot dusver te gemakkelijk gegaan in haar ogen. Haar afstudeerwerk werd al onmiddellijk bekroond en daarna is ze alleen maar met opdrachten bezig geweest. Daartoe diende deze trip om een andere kant in haar te ontdekken.

Of zij daarin is geslaagd blijft onduidelijk en zou zij alleen zelf kunnen beantwoorden. Feit is wel dat ze vrijwel is verdwenen uit de kranten en magazines. Feit is wel dat het boek veel prachtig werk heeft opgeleverd. In chronologische volgorde stelt ze haar ontmoetingen voor. Vaak ouderen met mooie koppen. Tussendoor geeft zij zichzelf ook letterlijk bloot in esthetische betekenisvolle portretten. Haar bewondering voor de klassieke Amerikaanse auto en het verlaten landschap kan ze niet onderdrukken en neemt ze ook op in haar werk. Wat haar persoon betreft komt ze naar voren als een gevoelig mensenmens die makkelijk contact maakt met haar medemens, die zij in veel personen herkent. Zo ontmoet ze ook het jongetje Randy, die zij in een volgend jaar met een apart boek nog heeft geëerd.

Een minder bekend boek:

I arrived at Cape Disappointment van Vincent Buller

Net als het vorige boek een roadtrip, maar dan misschien meer letterlijk. De titel is opvallend en misschien wel de trigger geweest dit boek aan te schaffen. Daarnaast vind ik het belangrijk om publicaties zoals deze die door de fotograaf zelf worden gefinancierd te steunen, zeker als het om een kwalitatief goed boek gaat. Dat laatste is hier zeker het geval de uitgave is mooi verzorgd met paginagrote foto’s die een witrand laten en waar alle tekst in een apart tekstboekje dat mee ingenaaid is wordt ondergebracht.

De foto’s beschrijven de tocht die de fotograaf maakte naar Cape Disappointment in het uiterste Westen van de staat Washington. Hij  trad hierbij in de voetsporen van de ontdekkers Lewis en Clark die dit in 1804 deden om dit gebied in kaart te brengen. Het zijn bij uitsluiting locatiefoto’s, dus landschappen en bebouwingen. Mensen komen er niet in voor. De foto’s zijn stemmig van toon en mooi gereproduceerd. Misschien is deze fotograaf ook op zoek gegaan naar zichzelf en heeft hij zijn grenzen opgezocht. Zijn liefde voor de natuur heeft hij in ieder geval beleden en misschien heeft hij wel achteraf dichterbij gevonden wat hij daar zocht.

 

Tenslotte

Slant van Aaron Schuman

Iets geheel anders. Een verzameling foto’s van het plaatsje Amherst, Massachusetts. Een nietig plekje op de wereldbol en met de foto’s wordt die nietigheid eerder groter dan kleiner. De onderwerpen op de foto’s zijn zonder uitzondering afbeeldingen van alledaagse situaties, nergens gebeurt iets, zeker geen spektakel. Wel bevatten veel foto’s teksten die in combinatie met het beeld een zekere hilariteit oproepen. Steeds onbedoeld door degene die voor de situatie verantwoordelijk is of was. Daarnaast heeft Schuman een verzameling korte berichten uit de lokale krant opgenomen. Berichten die een kleinburgerlijkheid uitstralen, die losgezongen van de context eveneens hilarisch zijn. Er bestaat een zeer losse connectie tussen de foto’s en de tekstberichten. Het gaat vooral om de indruk die uit beide vormen van communicatie naar voren komt.

 


Ik hou ook fotoboeken-bespreeksessies. Het is misschien leuk om een avond met je fotogroep om de tafel te zitten en door boeken te bladeren terwijl ik deze bespreek. Ik kan ook maatwerk verzorgen en een genre of een groep fotografen selecteren als invalshoek. Neem gerust contact met me op. 


Rating: 0 sterren
0 stemmen

Reactie plaatsen

Reacties

Saskia
3 maanden geleden

Ha Louis,

Wat een leuke serie over boekenkastjes en interessante boekbesprekingen heb je geplaatst op je website,

een hartelijke groet,

Saskia